Datum: Juli 2010
Jouw Peru reizigers: Familie Nugteren
Vakantiebestemming: Peru
Bouwstenen: Lima, Zuid-kust, Araquipa, Colca, Titicacameer, Cusco, Tambopata Regenwoud, Heilige Vallei, Machu Picchu, Chiclayo, Trojillo, Cordillera Blanca en weer Lima
Reisduur: 25 dagen
Dag 1 en 2: Vertrek Amsterdam, Pachacamac, Pisco en Paracas
Wij waren een groepje van vier personen. Vader, moeder, zoon en schoondochter. Bij onze aankomst in Lima stond de chauffeur al op te wachten, hij had een bord met hierop onze namen. Na een rit van drie kwartier door een chaotische stad en later via de kustweg kwamen we aan in de wijk Miraflores, een van de goede wijken van Lima. Ons hotel was rondom een patio en heel sfeervol met veel bloemen en planten en andere objecten om het geheel gezellig te maken! Van te voren had Leonieke van Your Planet een tafel voor ons gereserveerd in een goed restaurant een paar honderd meter van ons hotel vandaan. Een restaurant, dat volgens National Geographic’s blad “Traveller” het beste is van heel Peru. Het was er dan ook in alle opzichten uitstekend. Leuke ambiance, zeer goed eten en twee “eigen obers” voor je tafel en daarnaast nog een sommelier voor het uitkiezen van de wijn. In Nederland zou je je dit gauw niet veroorloven, maar hier was het met alles erop en eraan voor iets van omgerekend 50 euro per persoon. Dat was dus een prettige binnenkomer in Peru. Daarna terug naar het hotel en konden we terugkijken op een mooie afsluiting van de eerste dag.
Dag 2: tempelcomplex Pachacmac en natuurreservaat Paracas
De volgende ochtend werden we bij ons hotel opgehaald door twee chauffeurs met een minivan. Zij zouden ons de komende drie dagen begeleiden. Op weg dus naar allereerst Pachacamac. Dit tempelcomplex ligt even buiten Lima. We reden langs de kust over de Pan American Highway (Panamericana). Dit is een weg, die vanaf Alaska en verder door Noord Amerika en midden Amerika loopt en tenslotte langs de westkust van Zuid Amerika gaat.
Na ongeveer drie kwartier arriveerden we bij het complex, dat reeds sedert de 1e eeuw na Christus bestaat en in de 15e eeuw door een Inca-koning werd veroverd. De bekende Tempel van de Zon stamt uit de Inca-tijd. Het complex omvat vele vierkante kilometers en is zelfs ten dele bebouwd door burgerhuizen. Wie weet als de tijd en het geld daar is om op die plekken ook eens te gaan graven.
Vervolgens weer op weg met onze chauffeurs naar het Paracas natuurreservaat. Een ongelooflijk weids gebied van meer dan 100 ha. plus nog enkele honderden ha. zeegebied. Een prachtige kuststrook omlijst dit gebied dat tot aan de einder uit zandheuvels en vlaktes bestaat. Een zeer bijzondere visuele uitstap was dit. Uiteindelijk kwamen we aan in de plaats Pisco waar ook ons hotel was gelegen.
Dag 3: Te Land, Ter Zee en In de Lucht.
De derde dag was met recht door ons genoemd de naam van het bekende TV-programma Te land, Ter zee en In de Lucht. Deze drie elementen werden die dag onuitwisbaar in ons geheugen gegrift ! ‘s Morgens stonden onze chauffeurs al vroeg voor de deur. Op weg naar de kust, waar we met de boot een excursie zouden maken naar de Islas Ballestas”,ook wel genaamd de Kleine Galapos eilanden naar de eilandengroep zo’n 1000 km. uit de kust van het ten noorden van Peru liggende Equator. Tijdens het wachten op de boot werden we verrast door een groep dolfijnen, die vanaf zo’n 25 meter uit de kust voor ons zich tegoed deed aan een school vissen. Zeevogels doken in het water om ook hun deel binnen te halen. Grappig was dat deze vogels ons aangaven waar de vis zat en dus waar we de dolfijnen konden verwachten, wanneer zij naar boven zouden komen om lucht te happen.
De boot was een soort grote open raceboot met twee enorme buitenboordmotoren, waar plaats was voor ongeveer 30 passagiers. Allemaal kregen we een zwemvest aan. De bijnaam van de eilanden, de Kleine Galapos eilanden, geeft al enigszins aan wat daar verwacht kon worden. Wat eilandjes een eindje uit de kust met duizenden en duizenden al dan niet broedende zeevogels. Onder andere hebben we pinguïns en zeeleeuwen gezien, die op enkele meters afstand van de boot op de rotsen lagen te zonnen. Door de golfslag zijn door de rotsen van de eilandjes tunnels ontstaan met als gevolg fotogenieke doorkijkjes.
Hierna reden we met ons busje naar de oasis Huacachina. Een echte oasis met een meertje en palmbomen er omheen. Veel zand dus in deze omgeving en dat is een understatement. Het zijn geen zandheuvels meer, maar echte zandbergen. Een gigantisch gebied dat werkelijk het klassieke beeld opwerpt van een woestijn. We kwamen niet om te kunnen waterfietsen op het meertje, maar om met een duin-buggy door het woeste landschap te rijden. Rijden is eigenlijk niet het goede woord, maar racen wèl. Dat moet ook wel, want anders konden de buggy’s de hellingen niet op. Het zijn verbouwde en opengewerkte auto’s met een stalen rol-kooi-constructie erop. Wanneer je van de pracht van het landschap en van de sensatie bekomen bent, moet je beslist gaan sandboarden. Het is een soort snowboard waar je op gaat liggen en net als vroeger op het sleetje de helling af gaat glijden. De helling kan wel een paar honderd meter lang of diep gaan. Vervolgens wordt je weer door de buggy opgehaald en herhaal je je nieuwe overwinning op jezelf. Dit avontuur was hoogtepunt nummer twee van die dag.
Hierna ging de reis door naar de plaats Nazca. Door een al even fascinerend als imponerend bergterrein bereikten we dit stadje, waar we met een Cesna vliegtuigje de beroemde Nazca-lijnen gingen bekijken. Dit zijn in de rotsachtige grond aangebrachte lijnen, die zo’n 2000 jaar geleden zijn aangebracht. De beeltenissen van deze lijnen, die enkele honderden meters groot kunnen zijn, zijn van dieren, zoals een aap, een schorpioen en een hond. Daarnaast nog een kolibrie en een baby condor. Praktisch alleen vanuit de lucht zijn deze wereldwonderen te zien. Hoe is het mogelijk, dat mensenhanden deze figuren zo precies konden neerleggen. Onvoorstelbaar hoe ze dat gedaan hebben. Fantastisch !
Zo was het wel genoeg voor één dag. Eerst de zee op met de prachtige natuur. Toen het sensationele rijden met een buggy door zandduinen en als afsluiting van de dag met een vliegtuigje een wereldwonder bekijken !
Dag 4: Naar Arequipa
Niet ver buiten de stad Nazca maakten we een uitstapje naar de begraafplaats Chauchillas uit de Nazca-cultuur-tijd. Eerst van de grote weg af en dan kilometers de desert in over een ongeplaveide weg. Op een gegeven moment twee huisjes en wat afdakjes. Deze laatsten dienden om opengegraven graftombes te beschermen tegen de zon en de wind. De begraafplaats is gewoon een grote open vlakte (woestijn). Door de wind en ook wel door grafschenners liggen gewoon menselijke botten open en bloot op het aardoppervlak. De begraafplaats beslaat ettelijke vierkante kilometers. Duidelijk zijn kuilen zichtbaar, waar men illegaal naar kostbaarheden heeft gezocht, die mogelijk met de doden waren meebegraven. Onder de afdakjes waren geopende graven en waren zo’n 2 ½ meter diep en de wanden waren opgetrokken uit lemen stenen. (adobes). De meeste tombes bevatten meerdere personen en deze zijn, na aanvankelijk uitgegraven en schoongemaakt, weer in hun oorspronkelijke positie in het graf neergezet. Door het droge klimaat zijn zij nog aardig intact en alles in de geopende graven is origineel. Het is interessant te letten op details, zoals kleding, bijgezette schalen met voedsel als maïskolven, voeten, handen en zelfs nog nagels. Het haar was in vlechten van wel één meter lang nog op het hoofd aanwezig, De mensen waren zelf slechts 1 ½ meter lang. De vlechten waren door katoenen draden omhuld en waren een teken van welstand. Deze begraafplaats was dan ook alleen bedoeld voor de gegoede families. De doden werden in die tijd in zitstand en met opgetrokken knieën begraven. Om de knieën zaten koorden om deze houding bij het overlijden te bewaren.
Uiteindelijk kwamen we aan in Arequipa. Dit is de tweede stad van Peru met zo’n kleine één miljoen inwoners (Lima heeft ca. 8 milj.) We sliepen in een voormalig bisschoppelijk paleis. Zoals bij onze voorgaande hotels had ook hier het huis diverse mooie binnentuinen van waaruit de kamers bereikbaar zijn. Aantrekkelijk in de stad is het grote plein, Plaza de Armas, met een grote kathedraal aan één kant en zuilengalerijen aan de andere drie zijden met veel winkeltjes en restaurants.
Dag 5: Citytour Arequipa en op weg naar Colca
Om negen uur in de ochtend kwam een gids ons ophalen voor een wandeling door de stad. Allereerst gingen we naar het in de binnenstad gelegen klooster Santa Catalina. Het klooster is eigenlijk een klein stadje in de grote stad met straatjes en wijkjes. De muren van de huizen zijn met mooie terra-kleuren beschilderd. Onze gids aldaar was een aantrekkelijke jonge vrouw met een haar zeer goed staand uniform aan en een bijpassende grote zonnehoed. Het klooster diende ervoor om rijke en zeer rijke Spaanse dochters in op te nemen. Dat kost geld. Zeer veel. Hoe meer er door pa werd betaald, des te groter was je appartement en des te meer bedienden had je. Klasse ! Na enkele jaren opleiding als novice kon je je tot non laten wijden. Via een traliewerk bij de ingang van het gebouw was het alleen mogelijk om met je familie te praten. In de negentiende eeuw ging er iets mis. De paus vernam dat het daar niet allemaal volgens de richtlijnen verliep. Luxe en liederlijkheid waren de sleutelwoorden. Een groot aantal van die rijke stakkers (nonnen) werden de laan uitgestuurd en zaten plotsklaps zonder dienstpersoneel en slavinnen. Het stadje ziet er heel mooi uit en heeft zelfs enkele binnentuinen. Zonde om daar uit weggestuurd te worden.
Vervolgens naar de grote overdekte markt. Wat hier allemaal niet te koop was. Naast overvloedig (exotisch) fruit en andere voedingsmiddelen als gedroogde kikkers tot minder levensbehoeftige producten zoals toeristenprullaria. Leuk was ook een stalletje met kruiden en attributen om kwade geesten te verdrijven of Goden aan te roepen.
Na afscheid genomen te hebben van onze citygids hebben we een maaltijd in de stad genomen en vertrokken we met een ander busje met chauffeur en een nieuwe gids naar Colca of eigenlijk naar het stadje Chivay, waar we zouden overnachten.
Maar eerst de tocht. Die was prachtig en ging tussen de bergen door en over hooggelegen vlakten. Hier liggen enkele boerderijen en liepen er veel lama’s en alpaca’s vrij rond. Het hoogste punt dat we bereikten was ca. 5000 meter. Geen wonder dat je regelmatig even een extra ademhaling moet doen. Op deze hoogte een potje rennen haal je vanzelf wel uit je hoofd. Toch is de tocht de moeite waard. Het uitzicht naar alle kanten toe is schitterend. De uitgestrekte hoogvlakten met de lama’s, de bergen in de verte met sneeuw bedekt en niet te vergeten de vulkanen, die hoog in de hemel prikken. In Chivay werden we bij ons hotel afgezet en namen we afscheid van onze twee chauffeurs, die ons veilig vanaf Lima naar hier hebben gebracht. Ons hotel bestond uit geschakelde huisjes in een tuin. Zoals dat in Peru gebruikelijk is, is het complex geheel ommuurd. De eerste avond hebben we gegeten in het hoofdgebouw, waar we een voorstelling van een muziekgroep met dans kregen.
Terug naar het huisje en de gaskachel aangezet. Later werden er nog kruiken gebracht. Begrijpelijk op deze plaats kilometers hoog. Hoogteziekte komt dan ook veelvuldig voor en uit zich op verschillende manieren: hoofdpijn, misselijkheid en diarree. Veel is daar niet aan te doen.
Dag 6: Condors en thermaal bad
s‘Morgens zeer vroeg weer op weg om ons naar de Colca Canyon. Deze is met 1200 meter één van de diepste ter wereld. Bovenaan zit je op een hoogte van 3200 meter te wachten totdat condors op de thermiek vanwege de opkomende zon zich vanuit hun nesten in de kloof naar boven laten tillen. Het is een hele happening, wanneer je dan de eerste vogel ziet, die een spanwijdte kan hebben van wel drie meter. Toch was het enorm de moeite waard. De tocht erheen was wat minder gerieflijk over een onverharde weg, maar toch hadden honderden toeristen in kleine en grote bussen dat ervoor over. Daar wij meestal privé busjes en gidsen hadden, konden we afwijken van de oorspronkelijke plannen of stoppen om mooie plaatjes te schieten. Op de terugweg van de kloof zijn we van de weg afgegaan en een dorpje ingegaan. De plaatselijke bevolking was bezig hun kerkje te restaureren en voor ons werd het hek uitnodigend geopend om een kijkje te komen nemen. Buiten speelden kinderen met knikkers of iets van kleine tollen, zoals dat bij ons vroeger gewoon was. Nog een idee opgedaan: Om je te beschermen tegen dieren (mensen) plant je op je adobemuurtje rondom je huis cactussen. Lijkt zeer effectief. Langs de weg kwamen we ook nog een schilderachtig meer tegen met koeien, die aan het pootje baden waren. Natuurlijk ook op de foto. Het meer bleek van oorsprong een kratermeer te zijn. Die informatie van de gids gaf weer wat meer verdieping over het landschap. Afgezien van de vele stalletjes onderweg van vrouwtjes in de bekende kleurrijke Peruaanse klederdracht en bijbehorende hoeden hadden we nog een interessante extra stop onderweg. Aan de andere kant van de Colca rivier waren prachtige Inca terrassen te zien. De gids liet ons een stuk lager dan de weg een steen zien met daarop gegrift een maquette met de terrassen aan de overkant. De ingenieurs uit de Inca tijd maakten deze voorbeelden, van waar af instructies konden worden gegeven voor de bouw van die terrassen. Het zien van deze maquette bracht het gevoel over van iemand uit de verre Incatijd aan degene die nu voor zijn werk stond. Een tastbaar gevoel als het ware, dat werd uitgestraald door een stuk steen.
Nog een bijzonderheid over het maken van die terrassen. Altijd gedacht, dat er eerst een muurtje van stenen op de helling beneden werd gebouwd en vervolgens wat aarde van de berg erin geschoven en klaar was kees. Vervolgens een trede hoger hetzelfde en verder weer naar boven en dat blijven herhalen. Helemaal fout. De stenen kwamen uit de rivier beneden en werden de berg opgedragen om met het eerste terras bovenaan te beginnen.. Geen karren, want het wiel bestond daar nog niet. Als ze er aan gedacht hadden hebben ze misschien een ezeltje gebruikt. Wanneer dan de muur eindelijk klaar was, zijn op dezelfde manier aarde van beneden naar boven getorst en werden de terrassen gevuld om vervolgens een laag lager weer aan een nieuw terras te beginnen. En dat dus tientallen of honderden malen herhaald. Je zou haast denken, dat hiervoor de Inca tijd veel te kort moet zijn geweest. Men gaat uit van het jaar 1200, dat deze periode begon. Zeker is, dat deze eindigde in 1532, toen de Spanjaarden het land binnenvielen.
‘s Middags naar de markt geweest in Chivay en tegen het einde van de dag heeft onze chauffeur ons een stukje buiten het dorp naar een thermaal bad gebracht. Met een flesje fris in het warme water was dat een leuke afsluiting van de dag en ’s avonds lekker weer met een kruik het bed in.
Dag 7: Naar Silustani en Puno aan het Titicacameer
Met dezelfde chauffeur en gids vertrokken we van Chivay (Colca) en gingen op weg naar Puno en namen voor een deel weer route door de bergen en hoogvlakten , zoals ook op de heenweg. Op het hoogste punt een stop gemaakt (ca. 5000 m). Wat je op meer plekken ziet in Peru is dat men platte steentjes boven op elkaar stapelt. Ook hebben wij aan deze gewoonte meegedaan. Het is jouw eerbetoon aan Pachamama, de God van de aarde en die voor bescherming en vruchtbaarheid staat. Op veel plekke langs de weg ontstaan dan van die torentjes die staan voor een veilige reis.
Op een gegeven moment zijn we een zijweg ingeslagen, richting Puno. Een lange route door berglandschappen en vlakten. Toen de afslag naar Sillustani ingeslagen, die niet al te ver van Puno afligt. Prominent aanwezig op een heuvel met schitterend uitzicht op het meer van Umayo. Op zo’n 4000 meter hoogte ligt hier een archeologisch complex van graftorens. Het stamt uit de pré Inca cultuur Colla. Voor de goede orde zij vermeldt, dat Peru vele culturen heeft gehad, waarvan deze er dus één van is. Het merkwaardige en bijzondere van deze torens is, dat zij de vorm hebben van een kelk. Van beneden zijn zij smaller dan bovenaan en dat scheelt decimeters. Deze tombes zijn zo’n tien meter hoog (geweest) en opgebouwd uit hele grote (natuur)stenen, waarvan er geen enkele gelijk is aan een andere. De zijkanten moeten iets schuin zijn en ook de bovenkant van de voorzijde van de steen moet iets hellen. Dit is weer een graadje hogere bouwkunst dan de Inca’s met hun aardbevingsbestendige muurstenen, die met allerlei hoeken toch ook precies in elkaar passen.
Nog even een stukje rijden, 30 of 40 kilometer, en dan worden de eerst uitlopers van het Titicacameer zichtbaar.
Puno ligt aan dit meer en is een behoorlijk grote stad. Daar wordt natuurlijk gebouwd en langs de weg waren vele steenbakkerijtjes te zien. De klei ligt letterlijk naast de deur, deze in vormen doen, laten drogen en vervolgens de oven in. Zwaar werk voor een paar grijpstuivers. Wat overal opvalt in Peru, maar wel zeer zichtbaar was in Puno omdat we van boven uit de bergen zo op de stad neerkeken ,was, dat er geen enkel huis afgebouwd is. Het betonijzer steekt aan alle kanten boven de daken uit en de gevels zijn niet afgewerkt. Oorzaak: Er bestaat een belastingwet, die zegt dat zolang de bouw van een huis of gebouw nog niet klaar is, dit in een gunstig tarief valt. Dit uiteraard om het bouwen te stimuleren. Even vergeten, dat een gebouw dus nooit af zal komen. Gebruikt argument: “ Kijk maar, ik ben toch nog steeds bezig! “
De tocht liep ten einde en we werden keurig afgezet bij ons hotel waar we afscheid namen van onze chauffeur en gids. Vanuit onze kamer hadden we een fraai uitzicht op de kolommen met betonijzer op de daken, ook dat van ons het hotel.
Dag 8: Titicacameer
´s Ochtends werden we opgehaald en naar de haven gebracht om een boottocht te maken naar één van de drijvende rieteilanden en een voettocht over een ander maar echt eiland in het Titicacameer. Dit meer wordt beschouwd als het hoogst (3810 m.) bevaarbare meer ter wereld. Bij varen praten we natuurlijk niet over roeibootjes, maar echt grote schepen. Ze lagen er werkelijk ! De eerste kwam uit Engeland gevaren naar de oostkust van Zuid Amerika en toen de Amazonerivier zo ver mogelijk op. Vervolgens de boot uit elkaar gehaald en zo over het Andesgebergte gesleept. Hij drijft nog steeds en men wil, als er ooit geld voor komt, er een museumschip van maken. Nog een aantal andere grote ijzeren jongens liggen er met onduidelijke functie, hoewel een baggerschip uit Canada nog altijd dienst doet om de haven van Puno zo nu en dan uit te diepen. Speciaal voor het transport van de scheepsonderdelen over land naar dit meer is in de vorige eeuw een treinverbinding gemaakt, maar daar is niet veel meer van over.
Het was een hele warme dag. De zon scheen uitbundig en zo vertrokken we uit de haven van Puno. Na een paar honderd meter het water op mochten de reddingsvesten uit. Wat een opluchting ! Die moesten even aan voor het zicht van de marineautoriteiten op de wal.
De eerste mensen, die op de drijvende eilanden gingen wonen, zijn, toen de Inca’s de oevers van het meer veroverden, gevlucht en het water opgegaan. De nakomelingen leven van de visvangst en van het toerisme. Bij toerbeurt wordt door de boten met toeristen een bepaald eiland aangedaan. Met name de vrouwen hebben zeer felgekleurde kleding aan.Van grote afstand stonden ze je al toe te zwaaien en hielpen je graag aan land. Leuk toeristisch was een drijvend eilandje op dit drijvende eiland met enige cavia´s erop. Zoals bekend worden deze diertjes als lekkernij beschouwd. Uitgebreid wordt de groep schepelingen via een gids vertelt, hoe zo´n eiland wordt onderhouden. Het speciale soort riet moet regelmatig worden vernieuwd, want dat rot natuurlijk. Na een uitgebreide onderhoudsbriefing door de voorzitter van het eiland, kozen de aanwezige vrouwen van het dorp gasten uit om hun rieten hut te bewonderen. Een grootmoeder leidde ons naar haar slaaphut. Je raadt het al, ze slapen er op een rieten bed. Mijn vrouw deelde van die kleine banaantjes uit aan de aanwezige baby’s, maar de ouderen waren er niet minder gek op. Zo vaak komen ze tenslotte niet in de stad om inkopen te doen. Hun kinderen worden iedere dag met bootjes opgehaald om naar school te gaan.
Nu op weg naar het eiland Taquile met op de achtergrond de bergen van Bolivia. Het duurde zeker wel een uur, voordat we aankwamen. Dit bergeiland rees behoorlijk steil uit het water en het was dus klimmen geblazen in de ijle lucht en in de warme zon. Boven aangekomen hadden we een heerlijke lunch ( bij de ticket inbegrepen ) onder een tentzeil, dat ons beschermde tegen de felle zon. Het uitzicht over zee was daarbij geweldig. Ondertussen waren we al voorgelicht over de tradities op het eiland. Met name de klederdracht. Heel uitgebreid kwam hun rode muts met rode bal aan een koortje aan bod. Als de flap van de muts naar links hing dan betekende dat zus. Als deze naar rechts hing betekende het zo. Naar voren of naar achteren betekende ook weer iets anders. Vele mogelijkheden dus om uit te drukken of je haast had, druk bezig was, stoor me niet, enzovoorts Inderdaad rende één van de mannen op een gegeven moment naar beneden om een zoutvaatje of iets dergelijks te halen en gebruikte de juiste vlagcode.
Vervolgens onderweg stonden veel kinderen langs de weg. Ze stonden gewoon te bedelen om wat muntjes te krijgen, en dat was wat minder. Toeristen hadden hierop echter geanticipeerd door dan maar nuttige zaken als potloden voor op school e.d. mee te nemen en deze uit te delen. Wij hadden kleine banaantjes voor ze en daar waren ze, net als op het rieten eiland, dol op. Gelukkig had onze travel agent Leonieke voor dit uitstapje bewust de afdaling aan de andere kant van het eiland uitgekozen, want deze bestaat uit 525 traptreden. Stel je voor dat je je hierlangs in de zon je moet ophijsen.
Het uitzicht was panoramisch en ver beneden ons de bootjes aan de aanlegsteiger was idylles. Een mooie maar ook wel een inspannende tocht. Het bootreisje terug naar Puno gaf ons weer de gelegenheid om op krachten te komen. ’s Avonds hadden we een heerlijk diner in ons eigen hotel bij een groot openhaardvuur en nog een verrijdbare gaskachel naast ons. De avonden kunnen op die hoogte behoorlijk koud zijn. Gezellig om bij het knetteren van het houtvuur de leuke en mooie momenten van de voorbije dag de revue te laten passeren.
Dag 9: Bustocht naar Cusco
Om 7:00 uur werden we bij het hotel al weer opgehaald om naar het busstation bij de haven te gaan om vandaar naar Cusco, de oude hoofdstad van de Inca´s, te reizen. De zorg en veiligheid voor toeristen in Peru gaat behoorlijk ver. De busterminal is om te beginnen voor de gewone sterveling geheel afgesloten. Voordat we in de first class toeristenbus mochten werd, zoals gebruikelijk, het paspoort bekeken en gegevens overgenomen en met de inchecklijsten vergeleken. Last but not least werden van de passagiers hun vingerafdrukken genomen. Je weet tenslotte maar nooit ! Het zou een lange rit worden, maar door het personeel aan boord wordt je goed verzorgd. Bovendien onderweg diverse stops zoals in Pukara, een archeologische vindplaats. Op een hoge pas (4335 m) met prachtig uitzicht op de besneeuwde bergen. Uiteraard daar ook tientallen stalletjes met vrouwtjes in traditionele kleding en lama’s om mee op de foto te gaan. Om twaalf uur uitgestapt voor de lunch (was inclusief) met panfluit muziek. In Raqchi staat een tempelcomplex. Daar vlak langs gelegen een oud Incapad. Leuk idee om daar even op te lopen en dat vast te leggen op de foto. Als laatste tussenstop nog het stadje Andahuaylillas aangedaan met een bijzondere kerk, de San Pedro kerk. Vele eeuwen oude schilderijen en gouden ornamenten waren er te zien. Eén en al barok. Het leek wel of men enigszins beschaamd was om zoveel bling bling (het goud geroofd van de Inca’s ? !) te laten zien. In Cusco aangekomen ging de bus weer in een afgesloten ruimte en kon de bagage veilig aan de passagiers worden overgedragen. ´s Avonds hebben we in het centrum wat gegeten en rondgekeken. Op veel plaatsen waren de fundamenten van muren van paleizen te zien uit de Incatijd. De natuurstenen muren, die zo geslepen waren, dat ze, ondanks soms vele hoeken, letterlijk naadloos in elkaar passen. In één van de nauwe straatjes vlakbij ons hotel is de beroemde steen te zien met twaalf hoeken. Er zit geen millimeter ruimte tussen de omliggende stenen ! Overigens bestaat er elders in Peru een dergelijke steen met 64 hoeken! Ondanks de vele aardbevingen die Peru heeft gekend, zijn juist deze muren nooit ingestort. In hun ijver hebben de Spanjaarden destijds, alles wat ook maar met de Inca cultuur van doen had, vernietigd. Alleen de fundamenten van hun huizen zijn gespaard gebleven. Hierop zijn niet alleen nieuwe huizen gebouwd, maar ook zelfs kerken en kathedralen . Uiteraard zijn deze bouwwerken in de loop der tijd door aardbevingen aardig verwoest, behalve dan de Inca fundamenten.
Dag 10: Excursies rondom en in Cusco
Om een uur of tien werden we opgehaald door een busje met chauffeur en een gids. Een zeer aimabel man en de beste van Cusco. Deze mensen zouden ons de verdere dag begeleiden. Onze gids had reeds van te voren een algemene toeristenpas gekocht, waarmee in en rond de stad musea en archeologische vindplaatsen konden worden bezocht. Allereerst reden we de stad uit naar het complex Tambomachy, een rustplaats van de Incakoning, maar waarschijnlijk ook een religieus centrum. Er lopen een aantal aquaducten door en één daarvan mondt uit in bassin, genaamd het bad van de Inca. Duidelijk is te zien de stenen handgrepen om je in het bad aan vast te houden.
Vervolgens naar Qenko, een heilige plaats waar men ceremonieën uitvoerde, waarvan offeren er één van was. Hier was men ook bedreven in het opereren van mensen. In de grot is een soort operatietafel te zien. Door de inval van het zonlicht zodanig te reflecteren kon men dat op de juiste plek van het te opereren lichaamsdeel laten vallen.
Dan naar Sacsayhuaman. Door de toeristen gemakshalve uitgesproken als Sexy Woman. Het behoort tot een gigantisch complex met een paar honderd archeologische plaatsen. Waarschijnlijk van oorsprong een fort , is dit de meest in het oog springende. Het bestaat uit drie in hoogte achter elkaar liggende Incamuren. Iedere muur verspringt ook nog eens in een zigzag vorm. Dit symboliseert bliksemschichten en wordt weer geassocieerd met de goden. Er zijn meerdere versies over de diverse complexen, want de Inca´s hadden geen schrift. Overleving en archeologisch onderzoek zijn de bronnen van de diverse verklaringen. De genoemde muren waren aanvankelijk enige meters hoger. Huizen in de stad Puno zijn voor een deel hiervan gebouwd, want tot 1930 kon men tegen betaling nog stenen meenemen. Voor het fort ligt een groot veld en daarachter een rotsheuvel, die uitgehouwen is als een theater met zitplaatsen. Ook een soort troon. Het plein zou gebruikt zijn voor diverse doelen, zoals het afnemen van parades of gewoon het houden van feesten, bijvoorbeeld die van de terugkeer van de zon. De zon en de maan speelden in de Inca cultuur een grote rol. Ook nu nog neemt de zon een plaats in in het dagelijkse leven. De munteenheid Sol, betekenis Zon, is daar een voorbeeld van.
Terug naar de stad. Een bezoek aan de bekende kathedraal aan het Plaza de Armas en gebouwd op de fundamenten van een Incapaleis. Een gigantisch groot bouwwerk met daarin wel acht altaren. Het zijn dus als het ware diverse kerken in een groot kerkgebouw. Veel interessante zaken gezien en gehoord.
Het bezoeken van al die cultuur, zoals we deze dag hebben gezien, kreeg een hogere toegevoegde waarde door onze goede en profesionele gids. Je neemt zoveel meer geestelijke bagage mee naar huis! Het was een mooie dag.
Dag 11, 12, 13: Het regenwoud
Ons vliegtuig vertrok uit Cusco om 10.15 uur en ongeveer een uur later landden we weer. Niet voor niets maakten we ons uitstapje van enkele dagen naar de groene wereld, want het doel was een lodge in de jungle aan het Sandoval Lake in het natuurpark Tambopata National Reserve. Het meer is het mooiste van alle in het Tambopata-Madidi gebied, dat totaal één miljoen hectare beslaat en in de buurt van de Boliviaanse grens ligt.
Na een stukje met de bus te zijn gegaan stapten we bij een brede rivier over in een hele grote kano met aan iedere kant in de lengte een bank. Zwemvesten gingen aan en tegen de zon (of de regen) werd je beschermd door een afdakje. Op de rivier waande je je in het Amazonegebied. Langs de kanten bomen die in het water lagen, vrouwen die de was deden of gewoon spelende kinderen langs de oever. Aan boord kregen we een lunch. Deze bestond uit een bananenblad waarin rijst zat met nog enige andere ingrediënten. Verder een banaan en een toetje. Meer dan we opkonden. Uiteraard werden we ook van drinken voorzien. Na ongeveer een half uur stapten we uit en klommen de steile oever van de rivier op. Boven werden we weer geregistreerd en liepen toen een pad van drie kilometer af naar het meer. Onze minimale bagage werd door een handkar op twee wielen voortgetrokken door één of twee sterke jongens. Zij passeerden ons razendsnel over het door datzelfde karretje in de regentijd getrokken sporen. Wij waren er in juli, wat de wintertijd voor daar inhoudt. Het was er warm en vochtig. Zo hoort het toch ook in het regenwoud ? Na misschien een uur kwamen we aan bij een kanaaltje, dat naar het meer leidde. We stapten in een kano en voeren door een stukje onder water staand bos met o.a. hele hoge Mauritia palmbomen. Het was een schitterend gezicht om deze enkele tientallen meters hoge bomen vanaf het meer nog eens (op de kop) in het heldere water gereflecteerd te zien. We werden door de sterke jongens naar onze lodge gepeddeld, want motoren mogen in het reservaat niet gebruikt worden. Het tochtje was echt genieten van de stilte en de natuur. Hoog boven op de oever lag ons verblijf, dat kleinschalig is en slechts 25 kamers heeft en van alle comfort is voorzien. De bedden zijn geheel omgeven door muggengaas, hoewel de muggen er kennelijk in dit seizoen waren. Op bed liggend kijk je zo tegen het hoge schuine dak aan. Boven op de houten wanden ligt ook weer muggengaas, zodat alleen via de geopende deur nog insecten zouden kunnen binnenvliegen. Het zijn als het ware kamers zonder plafond, waar de frisse lucht zo van boven kan instromen. Zelfs hangt in het midden nog een grote ventilator.
s’ Middags weer het water op, maar nu met een catamaran. Twee kano’s verbonden door een dek met aan weerszijden zitplaatsen. Al peddelend door twee jonge mannen verkenden we de oevers aan de westkant van het meer. Palmbomen, andere soorten bomen, stronken liggend in het water en vogels die daar leefden waren te zien.
Helaas lieten de Macaws, een papagaaiensoort, dat alleen in het hier groeiende soort palmbomenbos in het water voorkomt, het afweten. Deze dieren zijn behoorlijk zeldzaam en komen maar op weinig plaatsen in het Amazonegebied voor.
Alles wat de lodge nodig heeft moet aangevoerd worden met de kar op twee wielen. Afhankelijk van het jaargetijde moet deze al dan niet door de modder getrokken worden. Overigens ter geruststelling: er stonden laarzen klaar voor de gasten in het kantoor te Puerto Maldonado.
In tegenstelling tot wat wij gewend waren, aten de chauffeur en gids, die ons in Peru begeleidden, steeds apart en uit ons gezichtsveld. Zo waren hun instructies kennelijk. Hier in de lodge zat de gids van iedere groep bij deze aan tafel. Dat was best gezellig en ook informatief. Het eten smaakte bijzonder goed. Toen het donker was, gingen wij met onze gids Sonia de grote tuin in om daar met zelf meegebrachte zaklantaarns te zoeken naar tarantula’s. Deze soms handgrote spin zit in een zakje van spinnenrag op boomstammen. Even voorzichtig met een takje duwen en dan komt meneer of mevrouw wel even naar buiten. Hierbij bloeit je oerwoudgevoel direct op. Neem wel je fototoestel met flits mee, want daarmee is het thuisfront mooi mee te imponeren !
De volgende ochtend heel vroeg werden we door onze gids gewekt om voor zonsopgang het meer op te gaan.
Langs de oevers peddelend zagen we veel vogels met name die we maar een soort kip zullen noemen. Ze kunnen niet goed vliegen. Dàt komt de juist van pas. Mocht zo’n kip onverhoopt in het water vallen, dan is dat weer een maaltje voor deze krokodillensoort, die stilletjes langs de oever in het water ligt te wachten. We hebben ze gezien. Zij ons ook, maar deden of ze een boomstam waren. Van zeer dichtbij konden foto’s gemaakt worden. Na deze avontuurlijke trip volgde een heerlijk ontbijt met in de nacht vers gebakken broodjes.
Na een rustmoment gingen we met onze Sonia het woud in achter de lodge. Hier waren wat paden en liepen we langs allerlei soorten bomen, planten en kruiden , waaronder veel geneeskrachtige. Enkele vogels en nesten in de bomen van termieten. Om die reden staat de lodge ook op palen, die iedere maand met een speciale olie worden ingesmeerd, zodat deze schadelijke mieren niet binnen kunnen komen en het huis niet kunnen opknabbelen. Leuk, dat uitstapje.
Na de lunch het water weer op. Nu om enkele van de vijf soorten apen, die in dat gebied leven, te spotten. We hebben ze in de bomen zien eten en spelen. Het was een geweldig gezicht hoe niet alleen de volwassen apen, maar vooral de babyaapjes zich over de takken heen bewogen. Het merendeel was de kleinere Eekhoornaap en dan nog enkele Kapucijnerapen, die wat groter van stuk is. Al foeragerend sprongen ze van tak naar tak en van boom naar boom. Wij in onze catamaran voeren langzaam met hen mee en konden zo doende met de telelens leuke foto’s maken.
De derde en laatste dag, of liever gezegd ochtend, vertrokken we met de kano en voeren terug naar het kleine kanaaltje, alwaar we de drie kilometer te voet naar de rivier terugliepen. Allereerst hebben we nog uitgekeken naar de Reuzenotter. Helaas liet deze zich niet zien. Maar ja, niemand kan hen dwingen zich te laten zien op het moment dat jij dat zou willen.
Terug bij de rivier en de grote kano hebben we nogmaals genoten van deze tocht. Via het kantoor in Puerto Maldonado naar het vliegtuig en teruggevlogen naar Cusco, waar we de tijd hadden om de stad nog wat verder te bekijken en in het hotel nog eens het jungleavontuur te overpeinzen. Voor iedereen, die nog nooit iets dergelijks meegemaakt heeft, raden wij aan zoiets eens te ondergaan. Een dag of drie à vier in zo een prachtige omgeving te mogen verblijven en dan toch niets aan comfort in te leveren. Een onverwachte droomwens is uitgekomen!
Dag 14: Musea Cusco
Onze gids had op dag 10 voor ons een algemene toeristenpas gekocht, waarmee wij in en rondom de stad Cusco bezienswaardigheden hadden bezocht. Deze pas was nog niet verlopen en er konden nog een aantal musea in en buiten de stad mee bezocht worden, waarvan we nu gebruik konden maken. Al lopende verkenden we het centrum. Wat opviel was, dat er een soort balkonnetjescultuur was. In Spaanse stijl hadden veel huizen houten balkonnetjes. Deze waren heel kunstig bewerkt en in vele kleuren te vinden.
Terwijl wij genoten op het Sandoval-meer in het oerwoud, maakten onze zoon en schoondochter een vierdaagse trektocht (hike) naar het hoog in de bergen liggende Choquequirao. Hierover heel in ’t kort. Dit betreft een tocht naar genoemde Incastad, die veel en veel groter is (of was) dan het bekende Machu Picchu. Choquequirao is nog grotendeels overwoekerd door vegetatie. Er zijn delen blootgelegd van huizen en terrassen. Er loopt geen weg heen, vandaar de hike er naar toe. Uiteraard gaat er een gids mee. Behulpzaam voor de bagage zijn ezels met daarbij weer een ezeldrijver en een kok. Deze twee laatsten zorgden tevens voor het opzetten en afbreken van de tenten. Alles werd meegenomen, van proviand en water tot een complete keukenuitrusting voor het koken op gas. Aan het einde van de vierde dag kwamen de kinderen (nou ja) zeer vermoeid weer terug, maar met een buitengewoon voldaan gevoel over dit mooie en sportieve uitstapje.
Dag 15: Sacred Valley en trein naar Aquas Calientes (Machu Picchu)
De volgende dag vertrokken we al weer vroeg met, zoals gebruikelijk, een privé busje met chauffeur en gids. De trip ging allereerst naar Pisac in de Sacred Vally. Via een hoog in de bergen gelegen kronkelige weg bereikten we de ruïnes van de Incastad. Een flinke klim naar de top, waar o.a. een astronomische observatiepost van de Inca’s staat. Fantastische uitzichten, ook over de vele terrassen, die bij een stad uit deze cultuur behoren.
Toen weer met het busje naar beneden, waar in het stadje Pisac een enorme markt was. Naast de eerste levensbehoeften als aardappels (er zijn wel 1000 soorten in Peru), groente en fruit , was op deze markt ontzettend veel (traditionele) kleding te koop. Ook alle denkbare Peruaanse aandenkens voor thuis in de souvenirkast lagen hier te koop. Verder weer op weg naar Ollantaytambo, een groot complex van verdedigingswerken en een heilige plek met de zogenoemde Tempel van de Zon. Uiteraard weer veel klimwerk, maar met grote voldoening na afloop. Het leuke van Ollantaytambo is, dat in dit dorpje beneden de vesting er nog steeds straatjes met huizen staan uit de Incatijd, waar de bevolking nu nog steeds in woont.
We reden met ons busje vervolgens naar het treinstation om naar Aquas Calients , het dorpje onderaan Machu Picchu te gaan. Voorheen was het mogelijk om vanuit Cusco met de trein hiernaartoe te gaan, maar in het voorjaar van 2010 heeft het er enorm geregend en zijn er modderstromen geweest, die de rails hebben weggespoeld of zwaar hebben beschadigd. Onderweg vanuit Cusco met het busje zagen we al, dat er hele stukken oever langs de rivier waren weggespoeld met ook gevolgen voor de weg, waar we op reden.
Na het nodige papierwerk mochten we dan de trein van de Peruaanse spoorwegen in. Prachtige vergezichten op besneeuwde bergen en op de rivier, waar we soms heel dicht langsreden. Op de andere oever ontwaarden we hier en daar terrassen van de Inca’s en op de takken van bomen ontdekten we vele bromelia´s, een soort vetplanten die wij in Nederland op de vensterbank hebben staan. Een heel bijzondere rit was het. Onderweg kregen we nog de nodige spijs en drank uitgereikt. In Aquas Calientes werden we opgewacht door een meisje van ons hotel, dat ons door de wir war van straatjes loodste. S ’Avonds in het eigen hotel heerlijk gegeten en bijtijds naar bed.
Dag 16: Machu Picchu
s’ Morgens vertrokken we bijtijds naar de opstelplaats van de bussen voor de rit van een half uur naar Machu Picchu. Eerst kaartjes en toegangsbewijzen hiervoor gekocht alvorens we de bus mochten instappen. De tocht was al een belevenis op zich. Een ongeplaveide weg met tientallen haarspeldbochten leidde ons naar de 2350 meter hoge Incastad. Pas in 1911 werd deze stad door een westerling ontdekt, nadat een local hem daarover vertelde. Het complex was nooit door de Spanjaarden ontdekt en daarom ook niet verwoest. Toch is de stad om onbekende reden ooit verlaten en toen overwoekerd. Het lag zeer verscholen tussen grote bergtoppen en vanaf de rivier de Urubamba, waarlangs ook de trein ons had gebracht, was niets te zien wat ook maar op menselijke aanwezigheid kon duiden.
Zoals gezegd, het complex ligt tussen hoge bergtoppen. Een magnifiek gezicht ! Je zou mogen stellen, dat de omgeving, waarin Machu Picchu ligt, indrukwekkender is dan de stad zelf. Niet voor niets kozen de Inca’s steeds hoge en misschien wel mysterieuze plekken om te wonen. De bergen n.l. werden in deze cultuur gezien als Goden. Wat heerlijk om dan dicht bij hen te kunnen verblijven. Het kostte wel wat extra moeite om dat te realiseren, maar daar krijg je dan ook een wereldwonder voor, hoewel dat woord toen nog niet bestond. Niet voor niets staat deze plek hoog op de werelderfgoedlijst van de Verenigde Naties. Op deze ochtend was de bewolking vrij laag en zaten we daar deels in. Het klaarde met het uur op. Tussen de wolken was het schitterende landschap te zien. De “Goden” rondom ons waren majestueus en van een enorme kracht en grootsheid ! Het was goed te begrijpen en nog meer te voelen, waarom de Inca’s dit soort plaatsen uitkozen. Deze plaats was wel heel bijzonder om in te leven en te werken. Gewerkt werd er op de vele terrassen, waar voldoende voedsel werd verbouwd om allen te kunnen voeden. De religieuze functie van de stad wordt geuit door de zonnewijzer, die daar staat. Ook een ceremonieel en administratieve functie wordt aan de plek toegekend. Boven aan de stad loopt een Inca trail, die door heel sportieve toeristen wordt bewandeld om deze berg te bereiken.
Tussen de huizen door lopend lijkt het soms een doolhof. De smalle steegjes lopen met de vorm van de berg mee. Er zijn verschillende wijken, zoals voor het gewone volk, maar ook voor priesters en edelen.
Op een gegeven moment was het tijd om weer de bus te nemen voor de terugtocht. Om een uur of drie moesten we weer op het station zijn, want dan vertrok onze trein van Inca Rail. Dit is een luxe particuliere treinmaatschappij. In ruime leren fauteuils reden we heerlijk comfortabel langs de rivier terug naar Ollantaytambo. Het uiterst correcte treinpersoneel vergat ons niet en deelde gedurende de tocht lekkere hapjes en drankjes uit. In Ollantaytambo moesten we uitstappen en werden we opgewacht en weer naar Cusco gebracht. Ons hotel lag in het centrum. In een klein restaurantje vlakbij aten en praatten we na over de vele indrukken, die de afgelopen paar dagen ons had gebracht.
Dag 17: Vlucht naar Lima en verder door naar Chiclayo
Deze dag vertrokken we naar het noorden van Peru om daar weer van andere culturen, dan die van de Inca’s, wat op te gaan snuiven. Eigenlijk heeft dat deel van het land een veel rijkere historie, en dus cultuur, gehad dan het zuiden, dat door de Inca’s het meest bekend is. In het noorden is ook veel bewaard gebleven, terwijl men weet dat er nog zo veel in moeder aarde verborgen zit. Het land is een ontwikkelingsland en geld wordt dan ook maar mondjesmaat uitgetrokken voor nieuw onderzoek. Gelukkig zijn er wat grotere bedrijven, die belangrijke vindplaatsen financieren en ook buitenlandse universiteiten sturen regelmatig hun studenten naar deze belangrijke plekken om te helpen al dit moois boven de grond te krijgen.
Om een uur of 12:00 bracht een chauffeur ons naar de luchthaven van Cusco. In Chiclyo stond onze gids met chauffeur en busje ons op te wachten en ze brachten ons naar het hotel. Dit bestond uit een aantal villa’s met ieder vier zeer grote slaapkamers en met eveneens zeer grote badkamers. Dit alles in, zoals ik het zag, Mexicaanse style. Heel sfeervol en gelegen in een grote tuin. Daar het al vrij laat was, waren we blij dat de keuken voor ons nog openbleef.
Lees verder...








